Posts tonen met het label VAD. Alle posts tonen
Posts tonen met het label VAD. Alle posts tonen

woensdag 4 december 2013

Van smeerkuil naar showroom

Na de voltooiing van mijn militaire diensttijd, ging ik in maart 1969 op zoek naar een echte baan. Die vond ik heel snel bij de Harderwijkse Ford dealer, de Gelderse Auto Service (GAS), zonder dat ik op een advertentie heb hoeven reageren.
De Harderwijkse vestiging van deze onderneming was in feite een filiaal, want de hoofdvestiging van de GAS, opgericht door H.J. Bok, was in Epe.

Schilder's Nieuws- en advertentieblad 05-07-1963
Het Harderwijkse filiaal was sinds 1 januari 1951 gehuisvest in de Luttekepoortstraat 50. Daar zat voorheen de "autogarage en reparatie-inrichting" van W. Petersen (later garage Doppenberg). Dat was een garage zonder showroom.
In juli 1963 werd een Esso Benzine & Servicestation geopend aan de Hoofdweg 4. In december 1964 verhuisde ook de afdeling Verkoop naar het nieuw opgetrokken pand mét showroom aan de Hoofdweg.
In diezelfde maand vond de officiële opening plaats door burgemeester Numan. Er staat een uitgebreid, in ronkend taalgebruik geschreven, verslag van de opening in het 'Schildertje' van 18 december 1964.
In 1967 verhuisde ook de serviceafdeling en de administratie van de Luttekepoortstraat naar een grote nieuwe werkplaats met kantoorruimte aan de Handelsweg.


Vertrouwd

Voor mij was de GAS- Gelderse Auto-Service- al jaren een heel vertrouwd adres.

Mijn ouders zitten trots in hun Ford Anglia
Coll. Peter Offerman
Mijn vader had er in januari 1964 zijn eerste nieuwe auto gekocht, een Ford Anglia. De Anglia viel op door de karakteristieke schuine achterruit en werd later bekend als "vliegende auto" in een van de Harrie Potter films. In 1967 kocht mijn vader er ook zijn volgende auto, een Ford Cortina.

Bovendien had ik tijdens schoolvakanties en in drukke weekends al bij de GAS gewerkt als pompbediende en doorsmeerder en ik ging soms mee om nieuwe auto's over te rijden van Epe naar Harderwijk. De importeur, Ford Nederland, leverde alle nieuwe auto's namelijk af bij de hoofdvestiging, ook de auto's die in Harderwijk waren verkocht.
Die auto's moesten dus, voordat ze werden afgeleverd aan de klant, eerst worden overgebracht naar Harderwijk waar ze dan hun afleveringsbeurt kregen en, met de hand, in de was werden gezet.

Later werd in reclame de bedrijfsnaam Perfect gebruikt.
Schilder's Nieuws- en advertentieblad 14-05-1969

En veel nieuwe auto's kregen eerst nog een zgn. Dinitrol behandeling tegen doorroesten van binnenuit.
Dat deden we niet zelf, maar daarvoor werden de auto's naar een specialistisch bedrijfje gebracht dat was gehuisvest in een vervallen pand op de Vismarkt.

Die behandeling veroorzaakte een enorme stank; als de wind verkeerd stond rook je het in de hele buurt. Ik denk niet dat zo'n soort bedrijfje, met de huidige milieuregelgeving nog zou kunnen bestaan.


Autoverkoper

Na een sollicitatiegesprek en het doornemen van de arbeidsvoorwaarden, kon ik per 1 april 1969 beginnen bij de afdeling Verkoop. Ik kreeg in de loop van dat jaar de mogelijkheid om een aanvullende cursus bij het Ford Marketing Institute te volgen in Amsterdam.


De afdeling Verkoop stond onder leiding van J.H.J. (Johan) Schwering, die tevens de algehele leiding had over de Harderwijkse vestiging van de GAS.

Showroom, tankstation met boven de woning van de familie Schwering
Schilder's Nieuws- en advertentieblad 12-10-1978
Johan Schwering woonde toen met zijn vrouw en hun dochtertje boven de zaak en was een jaar of 15 ouder dan ik. Net als ik had hij de opleiding gevolgd aan het IVA in Driebergen en was daarna, medio jaren vijftig, naar een van de Engelse kolonies in Oost Afrika gegaan als verkoper van het Britse merk Austin. Na terugkeer in Nederland was hij in dienst getreden van de GAS. Mevrouw Schwering was als onderwijzeres werkzaam op de Dominicusschool, die schuin tegenover de garage lag.

Johan Schwering links schudt de hand van zijn opvolger
Schilder's Nieuws- en advertentieblad  22-02-1993
De Schwerings waren afkomstig uit Twente en ze waren katholiek. Dat had onder meer tot gevolg dat de priesters Norbertijnen van de Essenburgh in Hierden (voor zover ze in het bezit waren van een auto) zich min of meer verplicht voelden om in een Ford te rijden. Nederland was in die tijd nog bezig zich te ontworstelen aan het juk van de verzuilde samenleving en dat ging niet overal even soepel. Voor sommige Harderwijkse orthodoxe protestanten, betekende het, dat zij de garage van "die roomsen" meden als de pest.

In 1969 nam Schwering, na 32 jaar, afscheid van de GAS. "Hij schakelde over op een lagere versnelling en gaf het stuur in handen van zijn opvolger, de heer Fellinger" volgens de journalist van het Schildertje.

Advertentie-foto uit 1977
Schilder's Nieuwsblad 16-06-1977

Naast chef Schwering werkte ik ook samen met collega-verkoper en leeftijdgenoot Eric C. Schilderman, die ook al een opleiding aan het IVA had gevolgd. Eric is in 2008, na 41 jaar bij de Ford-dealer te hebben gewerkt, met vervroegd pensioen gegaan (bron: www.deweekkrant.nl).

Eric woonde toen nog met zijn ouders op de Enkweg. Zijn vader S. S. (Sipko) Schilderman was indertijd werkzaam bij het Harderwijkse gemeente-secretariaat en werd vooral bekend als fervent amateur-historicus en verzamelaar van een grote collectie prentbriefkaarten van Harderwijk, die hij aan het Veluws Museum heeft geschonken. Na zijn pensionering was hij nog jarenlang vrijwilliger medewerker van gemeente-archivaris Joh. van Hell.


Schilder's Nieuws- en advertentieblad 19-02-1970
Als autoverkoper was je in die tijd nog heel vaak 's avonds onderweg, want dat was het moment van de dag dat mensen je thuis konden ontvangen.
Het eerste contact werd meestal wel in de showroom gelegd, maar daarna volgde er in vrijwel alle gevallen nog minimaal een huisbezoek en de bijbehorende proefrit.

Ons werkgebied was zo'n beetje de gehele Noord Veluwe tot aan Elburg en Doornspijk in het oosten en Putten en Voorthuizen in het westen. Daar verkochten we zowel nieuwe als gebruikte personenauto's en natuurlijk ook de bekende Ford Transit bestelwagens.

Sommige Transits werden geleverd zonder opbouw achter de cabine en werden door de Carrosseriefabriek Harderwijk voorzien van een gespecialiseerde laadruimte, bijvoorbeeld voor het vervoer van diepgevroren of gekoelde producten.

Naast het verkopen en afleveren van auto's deden we zo'n beetje alles wat er moest gebeuren om te helpen het bedrijf gaande te houden. Zo assisteerden we op drukke momenten bij het tanken van auto's, want van zelfbedieningspompen had toen nog niemand gehoord. En als er meerdere nieuwe auto's moesten worden gepoetst en daar waren niet genoeg mensen voor beschikbaar, hielpen we in de avonduren een handje mee. Ook als er auto's van klanten moesten worden gebracht of gehaald voor onderhoud of reparaties, sprongen we, als dat zo uitkwam, bij. Maar er waren ook uitzonderingen want met olie verversen, doorsmeren en ingewikkelde reparaties hield ik me niet (meer) bezig.

Een cognacje bij de koffie

Kasteel de Essenburgh in Hierden
Bron: www.kastelenbeeldbank.nl
Zoals ik hiervoor reeds opmerkte, behoorden de priesters Norbertijnen van Priorij de Essenburgh in Hierden tot onze goede klanten. Ik herinner me ze als vriendelijke lieden, die hielden van de goede dingen des levens.
Sinds 1950 was het kasteel eigendom van de Norbertijnen. In de tijd dat ik er kwam werden zowel het kasteel als de bijgebouwen door de priesters gebruikt. In het kasteel werden, als ik het mij goed herinner vanaf de jaren 70, ook cursussen gegeven en conferenties gehouden.
Sinds 2012 wordt het kasteel als hotel geëxploiteerd. De priesters wonen nog steeds in een ander gebouw op het landgoed.

Schilder's Nieuws- en advertentieblad 04-09-1969
Op een zekere ochtend bracht ik om een uur of 10 de Ford Cortina van de Prior terug, die de vorige dag voor een onderhoudsbeurt was gebracht. De werkzaamheden waren die dag niet helemaal gereed gekomen en waren die ochtend afgerond. Toen ik bij de Priorij i.c. het kasteel arriveerde, deed de Prior zelf open en nodigde me uit voor een kop koffie. Ik had die dag nog geen koffie gedronken en het was niet druk dus ik ging graag in op zijn uitnodiging. Ik kwam in een grote ruimte, waarschijnlijk de refter (eetzaal), waar ik plaats nam achter een prachtige massief houten, en zo op het oog honderden jaren oude, tafel. De prior schonk koffie in en haalde tegelijkertijd met een soepel gebaar een fles Remy Martin VSOP cognac te voorschijn, samen met twee glazen. Daar werden zonder verder plichtplegingen flinke bellen van het vloeibare goud ingeschonken en er werd geproost. De Prior ging er eens goed voor zitten, stak een ongematteerde sigaar van hoge kwaliteit op en begon een gesprek over zo'n beetje alles wat er in de Nederlandse samenleving speelde. Na ongeveer een half uurtje werd de handeling met de koffie en de Remy Martin herhaald en bijna had ik een derde glas cognac te pakken maar dat wist ik nog net op tijd af te wimpelen onder het mom dat ik nog andere afspraken had. Ik had die ochtend alleen een boterhammetje gegeten en de cognac sloeg er stevig in. Met de leenauto die de Prior had gebruikt, toen zijn eigen wagen in onderhoud was, reed ik voorzichtig terug naar de zaak. Ik weet nog wel dat ik die middag niet echt veel meer heb uitgevoerd....

Schilder's Nieuws- en advertentieblad  09-01-1969
Enige tijd later ruilde de Prior zijn Cortina in voor een Ford 17M. Die was ruimer en had voorstoelen, waarvan de rugleuning in slaapstand kon worden gezet. Het was een publiek geheim dat de Prior een relatie had met een van zijn vrouwelijke parochianen. Het was bovendien het begin van het "flower power tijdperk" en er was onder veel progressieve katholieken nog steeds de hoop op voortgaande hervormingen van de kerk, die begin jaren 60 in gang waren gezet onder Paus Johannes de 23ste.
"Waarom rijdt een katholieke geestelijke in een auto met slaapstoelen? ", grapte ik tegen de Prior.
"Let maar eens op, ik hoop dat ik ze nog eens kan gebruiken en dat mijn bazen me dat mogelijk zullen maken", was zijn antwoord.
Het is, helaas voor de Prior en voor zijn geestverwanten, heel anders gelopen met de ontwikkelingen binnen hun kerk.  

Vaste klanten

Sommige klanten kochten bij de GAS ieder jaar een nieuwe auto. Onder die klanten waren vooral officieren, die het klaarblijkelijk bij hun status vonden horen om altijd in een nieuwe auto te rijden. Dus ruilden ze hem dan na een jaar en met 15- tot 20 duizend kilometer op de teller weer in. De tweede eigenaren waren vervolgens heel blij met hun praktisch nieuwe auto, die ze hadden gekocht met een enorme korting. Het eerste jaar was de afschrijving namelijk het hoogst. Dit was voor de eigenaars natuurlijk niet echt een verstandige manier van zaken doen maar er past wel een kanttekening bij.
Auto's gingen in die tijd veel minder lang mee dan tegenwoordig; vooral roestvorming van de dragende delen vormde een veel groter probleem dan nu. Ook de garantietermijn was veel korter. De meeste merken gaven eind jaren '60 slechts een half jaar garantie op een nieuwe auto en drie maanden op een goede occasion.
Het verkopen van een auto aan de hiervoor genoemde categorie klanten was bijzonder eenvoudig. Ze belden je op met de uitnodiging om "weer eens te komen praten over de auto". Op de afgesproken avond ging je daar dan heen en zat je een avond gezellig te kletsen over de zaken die hen bezig hielden.

Zo had luitenant-kolonel Van Gelderen een enorme Deense dog, die er een sport van maakte om bij de bezoekers van de Van Gelderens volstrekt onverwacht op schoot te springen. Toen mij dat overkwam had ik het gevoel dat alle lucht uit mijn longen werd geperst en moest ik letterlijk naar adem happen.
"Het is toch zo'n aanhankelijk beest", zei mevrouw Van Gelderen vertederd.
"Dat doet ie alleen bij mensen die hij graag mag, maar ja, het is een beetje een allemansvriend. Gaat het wel zo?" En daarna begon ze dan hartelijk te lachen, omdat ik bedolven lag onder zoveel hond.
Het echtpaar kreeg er geen genoeg van om over honden in het algemeen en over Deense doggen in het bijzonder te praten en dat gebeurde dan ook...  Aan het eind van de avond werd tenslotte de kleur van de nieuwe auto uitgezocht, de extra accessoires bepaald en het koopcontact opgesteld. En er moest natuurlijk overeenstemming zijn over de inruilwaarde van de "oude auto" .

10-03-1966
Schilder's Nieuws- en advertentieblad 10-03-1966







Tot de vaste klanten behoorde ook Gerrit van Baren. Hij begon in 1958 in Harderwijk met een emmer, een gehuurde ladder, een spons en en zeem een glazenwassersbedrijfje, dat binnen 10 jaar was uitgegroeid tot Mercurius N.V., een van de grootste schoonmaakondernemingen van ons land. In 1968 hadden ze al 1.600 medewerkers met opdrachtgevers in verschillende provincies.
Volgens de overlevering had Gerrit zulks ook al verkondigd toen hij net als zzp-er was begonnen.
"Let maar op, binnen 10 tot 15 jaar ben ik directeur van het grootste schoonmaakbedrijf van Nederland", zou hij in die tijd tegen vrienden hebben gezegd. Die namen hem natuurlijk niet serieus maar moesten naderhand toegeven dat Gerrit toch wel over bijzondere voorspellende gaven beschikte.
Er hebben in die periode 2 grote artikelen over hem in het Schildertje gestaan, in 1966 en in 1968 vanwege het 10-jarig bestaan van zijn bedrijf.
.
Gerrit van Baren afgebeeld als een echte "tycoon" en evenknie van JR Ewing uit Dallas
Schilder's Nieuws- en advertentieblad 12-09-1968

Zijn bedrijf had vooral uiterst lucratieve contracten met defensie voor het schoonmaken van kazernes door heel Nederland. De schoonmaakploegen werden naar het werk gereden in Ford Transit busjes, die veelal bij de GAS werden gekocht. Ze hadden er uiteindelijk tientallen, dus hij was een enorm goede klant.

Zo'n Mustang en in deze kleur bestelde
Gerrit van Baren als verjaardagsgeschenk
voor zijn vrouw
Zelf heb ik als beginnend verkoper nooit een auto aan Gerrit van Baren verkocht, maar ik kreeg natuurlijk wel de verhalen te horen van mijn baas. Zo kocht hij een keer een lichtblauwe Ford Mustang V8 coupé voor de verjaardag van zijn tweede vrouw.

Er stond op dat moment slechts één exemplaar van de Mustang in de juiste specificatie en de gewenste kleur in Nederland en wel in de showroom van de Rotterdamse Ford dealer. Ik ben die auto daar toen gaan ophalen en heb hem overgereden naar Harderwijk.



Voor zijn ex-vrouw bestelde Van Baren een Capri
Schilder's Nieuws- en advertentieblad 06-02-1969
De Mustang moest op haar verjaardag worden afgeleverd. Volgens het verhaal wilde hij, dat de wagen mooi ingepakt met een enorme strik er omheen, voor de deur zou worden gezet, maar ik weet niet zeker meer of het zo ook werkelijk is gegaan.

En omdat hij het een beetje sneu vond voor zijn ex-vrouw, bestelde hij voor haar tegelijk een Capri coupé, een iets kleinere en minder dure auto.
Om dit allemaal te regelen was hij eventjes bij ons de showroom binnen gestapt en binnen 20 minuten weer vertrokken, de heer Schwering in blijde verbijstering achterlatend.

Gerrit van Baren was ook in allerlei andere opzichten een gulle gever en afficheerde zich als een sociaal bewogen mens. Zo valt in het afgebeelde artikel te lezen dat hij bij het 10-jarig bestaan een kleuren-TV aan de zusters van het Piusziekenhuis doneerde en hij was sponsor van een Olympisch team.


Goosens

Een Crossleybus
(hier met VAD-chauffeur Gijs ter Braak)
Bron: www.oud-apeldoorn.nl/
In totaal werkten er bij de Harderwijkse vestiging van de GAS circa 15 mensen. Daartoe behoorden vader en zoon Goosens.
De vader was een klein mannetje, dat na zijn pensionering als buschauffeur bij de GAS was komen werken in het Esso service station. Hij hield zich daar vooral bezig met olie verversen, doorsmeren, auto's wassen en kleine reparaties, zoals het verwisselen van een lampje of het repareren van een lekke band.
De verhalen van de oude heer Goosens uit zijn tijd als buschauffeur waren toen al legendarisch en zijn dat nu nog veel meer.
Hij had tientallen jaren bij de VAD gewerkt en vertelde over het manoeuvreren door de nauwe straten van het oude centrum van Harderwijk met de loodzware Engelse Crossley bussen tijdens de eerste 10 jaar na de oorlog.

De VAD-bussen banen zich een weg door de Wolleweverstraat
Bron: Facebookpagina Herinner je je Harderwijk 

Die bussen hadden een enorm groot stuurwiel waar Goosens letterlijk aan moest staan sjorren om bijvoorbeeld de hele nauwe bocht aan het eind van de Donkerstraat te kunnen nemen.

Ook vertelde hij dat hij eens motorpech had gekregen, midden op de Veluwe, tijdens een rit van Harderwijk naar Arnhem. Hij moest toen ongeveer een uur lopen, voordat hij bij een huis kwam, waar hij kon telefoneren naar de VAD- garage in Ermelo en daarna weer een uur terug naar de bus, waarin de passagiers nog rustig zaten te wachten. Enige tijd later kwam er een vervangende bus voor de passagiers en een takelwagen om de defecte bus weg te slepen.

Schilder's Nieuws- en advertentieblad 12-10-1962

De zoon van Goosens, Wieger geheten, was aanvankelijk monteur en werd later chef van de werkplaats aan de Handelsweg. Ik herinner me hem als een aardige vent maar ik had natuurlijk meer contact met zijn vader, al was het maar omdat die in ons pand aan de Hoofdweg werkte.

Geen blijvertje

Samen met Eric en chef Schwering ging ik geregeld 's avonds een biertje drinken bij onze stamkroeg, Club 44 in de Vijhestraat (aan Club 44 zal ik een aparte blog wijden). En er werd ook eenmaal per jaar een personeelsuitje georganiseerd. Ik herinner me dat we toen met zijn allen een dagje naar Terschelling zijn geweest.
Maar, ondanks de goede sociale contacten met collega's en klanten, kwam ik er toch al vrij snel achter dat het verkopen van auto's niet echt de activiteit was, waarmee ik carrière wilde maken. Ik voelde mij eigenlijk veel meer een adviseur dan een verkoper.
Ik liet dat gevoel een keer prevaleren toen er een klant binnen kwam voor een nieuwe auto. Toen ik hem vroeg wat voor soort auto hij in gedachte had, somde hij alle eigenschappen op, die volgens mij vooral hoorden bij een Renault 16. Zo'n auto hadden wij niet en ik kon het toen niet laten dit eerlijk tegen hem te zeggen en hem door te verwijzen naar onze conculega Kroes, wiens Renault garage was gevestigd aan de Handelsweg. Later ben ik hem nog eens tegen gekomen; hij had inderdaad en Renault 16 gekocht en was daar erg tevreden over.

De, door de heer Hordijk begeerde maar niet gekochte, Ford 20M XL
Schilder's Nieuws- en advertentieblad 09-01-1969
Op een dag kwam er een ongeveer 10 jaar oude Pontiac onze parkeerplaats oprijden. De eigenaar kwam binnen en toonde belangstelling voor een Ford 20M XL, een luxe Duitse auto met een 6 cilinder motor.
Ik maakte een afspraak om enkele dagen later bij hem langs te komen met een dergelijke auto voor een proefrit. Hij bleek te wonen in een bungalow aan de Parallelweg. Het huis was gelegen op een enorm groot stuk grond.
Toen ik eenmaal met de heer Hordijk, zo heette hij, aan de praat was, bleek hij te werken bij de KLM als gezagvoerder op de Douglas DC-8. Tijdens dat gesprek dat meer over de luchtvaart ging dan over auto's begon er toch weer iets bij me te kriebelen. In de dagen erna had ik last van een soort knagend gevoel, dat ik toch niet echt in dat autowereldje paste.
Maar de eerstvolgende maanden had ik het weer heel druk met mijn werk bij de GAS en mijn politieke activiteiten voor de lokale afdelingen van de VVD en de JOVD.
Captain Hordijk heeft overigens uiteindelijk geen nieuwe Ford gekocht, maar een gebruikte Mercedes Benz 220 SE Coupé...

Op 1 april 1970, precies een jaar nadat ik ermee was begonnen, nam ik afscheid van de autobranche en van het vak van verkoper en begon ik aan een nieuwe loopbaan, die aanzienlijk langer zou gaan duren.


woensdag 5 juni 2013

Vakantie in de jaren vijftig

Met het vakantieseizoen voor de deur, leek het mij een aardig idee om mijn blog van deze week te wijden aan de manier, waarop wij in de jaren vijftig en het begin van de jaren zestig onze vakanties doorbrachten. Dus geen herinneringen aan Harderwijk ditmaal maar herinneringen aan elders.

We beschikten in die tijd slechts over beperkte middelen. Beperkt, zowel wat betreft het beschikbare budget als de wijze van vervoer en het aantal vakantiedagen van mijn vader.
Vliegreizen en cruises waren in die tijd vrijwel uitsluitend voorbehouden aan Amerikaanse toeristen en alleen welgestelde mensen hadden een eigen auto; in 1955 hadden slechts 32 van de 1.000 Nederlanders een auto (vgl. in 2013 zijn dat er 472).
De allereerste vliegvakantiereizen vanuit Nederland werden gemaakt vanaf 1958. Toen begon Martins Air Charter met een Douglas DC-3 "Dakota", waarin plaats was voor ongeveer 30 passagiers, met vakantievluchten van Schiphol naar Mallorca.
Maar het overgrote deel van de Nederlanders hield in de jaren vijftig nog vakantie in eigen land met gebruik van openbaar vervoer en/of fiets. En wij vormden daarop geen uitzondering.

Naar de familie


Met opa en oma voor de watertoren in Maarssen, ca 1948
Coll. P. Offerman
Mijn vader had meestal twee weken vakantie en in die tijd gingen we met het openbaar vervoer naar familie overal in het land om daar te logeren.
Dat waren in de eerste plaats mijn opa en oma in Maarssen.
En verder gingen we ook regelmatig naar ooms en tantes die woonden in Amsterdam, Santpoort, Gorssel, Aalten en Loosdrecht. We bleven meestal 2 of 3 nachten bij de familie slapen. Mijn oom Jelle Hekman in Santpoort (arts) en mijn oom Jan Kasten in Aalten (grossier in levensmiddelen) hadden een grote auto en dat hield in dat wij tijdens de logeerpartijtjes daar ook tochtjes met hun auto's maakten.
Een bezoek aan Santpoort was extra aantrekkelijk door het grote 18de eeuwse huis waar de familie woonde en de grote speelzolder met zelfs een schommel. Dat was bij slecht weer een enorme attractie. En bij goed weer was er de nabijheid van de Noordzee, het strand en de duinen. Ook de familie in Aalten had een groot huis maar daar was voor ons de snoepwarenafdeling in het pakhuis van mijn oom het meest aantrekkelijke aspect van het verblijf.
Mijn oom Henno en tante Broen in Amsterdam en mijn oom Ton en tante Mimi in Loosdrecht hadden kinderen van onze leeftijd en dat was daar natuurlijk een groot voordeel. Als we naar Amsterdam gingen stond er altijd wel een bezoek aan Artis en/of Schiphol op het programma. En mijn oom Hennie en tante Truus in Gorssel hadden een tuin met een heus doolhof...
Als we alleen maar een dagje op stap gingen brachten we vaak een bezoek aan onze oom Piet en tante Cathrien in Amersfoort, die ook al zo'n groot huis hadden met een geweldige zolder om te spelen. Of aan vrienden van mijn ouders in Zeist, de familie Overduin, die wij ook oom en tante noemden en waarvan we lange tijd dachten dat zij ook tot de familie behoorden.

Mijn broertje Paul en ik aan de hand van mijn moeder op de brug over de Vecht in Maarssen, ca 1952
Coll. P. Offerman

Dagtochtjes met de VAD

We maakten ook wel eens dagtochtjes met de Veluwse Autobus Dienst (VAD), die naast het regulier lijndienstvervoer, gedurende de zomermaanden ook toeristische reisjes aanbood.
Schilder's nieuws-en advertentieblad, 04-07-1958
Mijn allereerste reis naar het buitenland betrof zo'n dagtocht met de VAD. Dat gebeurde tijdens de zomervakantie van 1958.
We stapten heel vroeg, om een uur of half zeven, gewoon bij de halte van hotel Stadsdennen op. De bus bracht ons naar Königswinter, bij Bonn. Het passeren van de grens en de paspoortcontrole vormde natuurlijk een spannend hoogtepunt tijdens de reis.  Een tandradspoorlijntje bracht ons naar de top van de Drachenfels.
De Drachenfels maakte deel uit van het Zevengebergte en was een 320 meter hoge rotsformatie, die een enorm uitzicht bood op de Rijn en de wijde omgeving.
Voor het smalspoor tandradbaantje werden kleine stoomlocomotiefjes gebruikt. Het treintje moest over een afstand van slechts 1.500 meter een hoogteverschil overbruggen van 220 meter.
De Drachenfelsbahn vierde in 1958 haar 75-jarig bestaan. Ik vond vooral de tocht naar beneden nogal eng en vroeg aan mijn ouders of de remmen het niet konden begeven. Mijn vader antwoordde: "Maak je maar geen zorgen; het gaat al 75 jaar zonder ongelukken". Maar laten nu enkele weken later, op 14 september 1958, de remmen het inderdaad te begeven. Van de 160 inzittenden verloren er 18 het leven en raakten er 112 gewond...

Een pagina uit ons familiealbum met foto's van ons tripje naar de Drachenfels in 1958
Coll. P. Offerman

De Keulse Dom, 1958
Coll. P. Offerman

Op de terugreis deden we Keulen aan en daar was toen nog goed een deel van de enorme verwoesting te zien die de bombardementen in de tweede wereldoorlog hadden veroorzaakt.
En ook dat de Keulse dom er praktisch ongeschonden bij stond, te midden van de puinhopen.








Een ander dagtochtje dat ik me herinner ging, naar ik meen in 1957, naar Rotterdam met een bezoek aan de toen fonkelnieuwe Lijnbaan en een rondvaart door de havens. Tijdens die rondvaart voeren we onder meer dicht langs enkele schepen van de Holland-Amerika Lijn (HAL). Ik was diep onder de indruk van de "Nieuw Amsterdam", die daar lag afgemeerd. De dag werd afgesloten met een bezoek aan Blijdorp.

Olifanten in Blijdorp 1957
Men werd gewaarschuwd voor hoeden en tassen
Coll. P. Offerman
Mijn broertje en ik in Blijdorp, 1957
Coll. P. Offerman


Huizenruil

Van 1958 tot en met 1960 ruilden we tijdens de vakantie van mijn vader van huis. Dat deden we achtereenvolgens met de familie Geursen, oude buren van ons die inmiddels in Noordwijk woonden, met onze familie in Amsterdam en met de vrienden van mijn ouders uit Zeist. Zij gingen dan twee weken in ons huis en wij in dat van hen. Deze manier van relatief voordelig vakantie vieren is ook de afgelopen jaren weer populair geworden maar dan over het algemeen via het internet en met onbekenden in verre landen. Maar uit het feit dat wij het meer dan 50 jaar geleden ook al deden, blijkt dat er wat dat betreft niets nieuws onder de zon is.

Met mijn broertje op reis

Toen ik 8 of 9 jaar oud was, ging ik, samen met mijn 2 jaar jongere broer, voor het eerst, zonder begeleiding naar opa en oma in Maarssen. We werden dan door mijn moeder naar het station gebracht, voorzien van enig geld en allebei met een klein koffertje met kleding en onze tandenborstels. Mijn moeder kocht de treinkaartjes naar Utrecht en als de trein kwam vroeg ze aan de conducteur of deze een oogje in het zeil wilde houden. In Utrecht aangekomen liepen we dan naar de halte van de NBM (Nederlandse Buurtvervoer Maatschappij) bus naar Maarssen. En daar werden we dan opgewacht bij de halte aan de Rijksstraatweg.

Een jaar later gingen mijn broertje en ik uit logeren bij onze oom Hennie en tante Truus in Gorssel. Eerst met de bus naar Apeldoorn, daar overstappen op de bus naar Deventer en dan nogmaals overstappen op de bus naar Zutphen. Bij de halte Elfuursweg in Gorssel stonden mijn oom en tante ons dan op te wachten. In de jaren daarna herhaalden dit soort reisjes zich nog enkele malen.
Veel jonge kinderen deden dat in die jaren, getuige het feit dat de buschauffeurs waar wij onze doorgaande kaartjes kochten geen enkele vorm van verbazing of achterdocht vertoonden. De tijden zijn wat dat betreft wel erg veranderd.

We klommen in bomen en vielen daar soms uit, we reden op fietsen zonder helm en gingen daarmee soms onderuit, we gingen al vanaf ons zesde jaar zonder begeleiding naar school, we groeiden kortom minder beschermd op dan de kinderen van nu. Ik wil daar geen waardeoordeel aan verbinden maar ik denk wel dat we daardoor eerder een bepaalde mate van zelfstandigheid en verantwoordelijkheidsgevoel ontwikkelden. Wel werden we uiteraard gewezen op de gevaren die er ook toen al waren; nooit meegaan met onbekenden, geen snoepjes aannemen van vreemden. Want ik herinner me dat er toen ook al af en toe vreselijke dingen gebeurden, zoals het beruchte geval van de kinderbladenverkoper (ik meen uit de omgeving van Epe), die bij nader inzien een gewelddadige pedofiel bleek te zijn. Maar ik kan me niet onttrekken aan de gedachte dat door de samenleving in de jaren vijftig en zestig, nog tamelijk kort na de oorlog, in zijn algemeenheid een grotere mate van risico werd geaccepteerd dan in onze tijd.

Naar Limburg

In 1961 gingen we voor het eerst op een andere manier op vakantie. We huurden twee weken de helft van een huis in Epen, gelegen in het zuid Limburgse heuvelland. Om zich te oriënteren op de mogelijkheden van een dergelijke vakantie, had mijn vader tijdens het voorjaar een vrije dag opgenomen. Hij was toen, zonder dat wij dat wisten, met zijn fiets per trein naar Maastricht gereisd en was daar diezelfde dag het hele heuvelland doorgefietst, en dat zonder versnelling! Tijdens zijn tocht had hij diverse adressen bezocht en dit leek hem het meest aantrekkelijk.
We wandelden heel wat af, in die schitterende omgeving met enorme vergezichten, het Geuldal en de voor die streek typerende vakwerk boerderijen. En we maakten enkele dagtochten met een bus van touringcarbedrijf De Valk. Die tochten gingen naar het schilderachtige Duitse plaatsje Monschau in de Eifel. En later nog een keer via Dinant met zijn imposante citadel naar het, net over de Franse grens gelegen, plaatsje Givet. Givet was op zich niet bijzonder maar de lol was gelegen in het feit dat je dan kon zeggen dat je in één dag in drie landen was geweest. Tijdens die vakantie bezochten we ook voor het eerst Maastricht.

Onze huurauto met mijn trotse moeder  in de Ardennen 1962
Coll. P. Offerman
Dat jaar was ook het laatste, waarin we met het openbaar vervoer op vakantie gingen. In 1961 behaalde mijn vader namelijk zijn rijbewijs.

Vanaf 1962 gingen we dus op vakantie met de auto.
De eerste twee autovakanties gingen we op nieuw naar hetzelfde huis in Epen waar we in 1961 voor het eerst waren geweest. Maar nu zelfs drie in plaats van twee weken!

Schilder's nieuws-en advertentieblad, 12-06-1959

De auto, waarmee we tijdens die vakanties reden, had mijn vader gehuurd bij garage Timmer in Ermelo. Het was een grijze Austin A40.
Wij hebben in 1962 en '63 dezelfde auto met hetzelfde kenteken gehuurd.

We maakten er ook tochten mee door de Belgische Ardennen en een keer naar Luxemburg.

Tijdens die tocht bleven we een nacht in een hotel slapen. Voor mijn broer en mij was dat de eerste keer.

Het visitekaartje van het eerste hotel waar ik ooit verbleef ,1963
Coll. P. Offerman




Vanaf 1964 gingen we met onze eigen auto kamperen in de buitenland. Wellicht kom ik daar in een latere blog nog op terug.

Het zuid Limburgse heuvelland heeft voor mij, meer dan vijftig jaar na die eerste vakantie, niets van zijn charme verloren. Ik kom er, met enige regelmaat, nog steeds graag terug...

Deze aflevering van mijn blog is voorlopig de laatste. Ik las een zomerstop in en hoop in de tweede helft van september mijn herinneringen aan Harderwijk te hervatten. Ik wens alle lezers van deze blog een mooie zomer toe en, indien van toepassing, een fijne vakantie.